Home › Preventiegids › Hoeveel EHBO-ers zijn verplicht in uw bedrijf?
4 min leestijd · Laurenz Vandewalle · Preventieadviseur niveau 2
Veel zaakvoerders zoeken één concreet getal: hoeveel EHBO-ers moet ik hebben? Het eerlijke antwoord verrast de meesten. Dat vaste getal bestaat niet in de Codex. De wet legt geen verhouding op zoals “1 hulpverlener per 50 werknemers”. U bepaalt het aantal zelf, op basis van uw risicoanalyse
✅ Snel antwoord
✓ De Codex legt geen vast aantal EHBO-ers per X werknemers op
✓ U bepaalt het aantal zelf op basis van uw risicoanalyse en de aard van het werk
✓ De eerste hulp moet gegarandeerd zijn tijdens de volledige arbeidsduur, ook bij ploegen, verlof en ziekte
✓ Hulpverleners volgen een erkende basisopleiding plus periodieke bijscholing
✓ U houdt een register bij van elke EHBO-interventie
De regels rond eerste hulp staan in de Codex Welzijn op het Werk, Boek I, Titel 5. Wie daar op zoek gaat naar een tabel met “zoveel werknemers, zoveel EHBO-ers”, komt bedrogen uit. Die tabel is er niet, en dat is bewust.
De wetgever gaat ervan uit dat een bouwbedrijf met snijmachines en hoogtewerk een ander risicoprofiel heeft dan een boekhoudkantoor met dezelfde personeelsbezetting. Eén vast getal zou voor de ene onderneming gevaarlijk laag zijn en voor de andere zinloos hoog. Daarom koppelt de Codex het aantal hulpverleners aan uw risicoanalyse niet aan een rekensom.
Concreet voor uw praktijk: als een inspecteur vraagt waarom u drie hulpverleners hebt en niet vier, is het juiste antwoord nooit “dat is het wettelijk minimum”. Het juiste antwoord verwijst naar uw risicoanalyse en uw onderbouwing. Wie geen onderbouwing heeft, staat zwak, ongeacht het aantal.
De kern van de verplichting is eenvoudig: er moet altijd iemand zijn die eerste hulp kan verlenen, gedurende de hele tijd dat er gewerkt wordt.
Voor de meeste ondernemingen (de groepen A, B en C) voorziet u een voldoende aantal verpleegkundigen, opgeleide hulpverleners of andere aangeduide personen. “Voldoende” wordt bepaald in verhouding tot het aantal werknemers, de kenmerken van uw activiteiten en de resultaten van uw risicoanalyse
Voor de kleinste ondernemingen (groep D, minder dan 20 werknemers waar de werkgever zelf de preventieadviseur is) mag de werkgever zelf de eerste hulp verstrekken, of een of meer daartoe opgeleide en aangeduide werknemers.
Omdat er geen formule is, doet u het met gezond verstand en een paar harde vragen.
Is er altijd dekking? Een bedrijf met twee ploegen dat slechts een hulpverlener heeft, laat de avondploeg onbeschermd. U hebt minstens dekking nodig per ploeg, per shift en per locatie.
Vangt u afwezigheden op? Uw hulpverlener neemt verlof, wordt ziek, vertrekt. Met slechts een aangeduide persoon valt uw volledige eerste hulp weg. Reken altijd op overlap.
Klopt het met uw fysieke spreiding? Hulpverleners die allemaal op dezelfde verdieping zitten, dekken de andere gebouwen niet. Spreid ze waar uw mensen werken.
Hoe hoog is uw risico? Een atelier met machines of werken op hoogte vraagt om meer dekking dan een kantooromgeving.
Werkbare vuistregel: zorg dat er op elk moment en op elke werkplek minstens een opgeleide hulpverlener bereikbaar is, met reserve voor afwezigheden. Leg die redenering schriftelijk vast in uw risicoanalyse
Een werknemer aanduiden als hulpverlener volstaat niet. Hij moet een basisopleiding eerste hulp volgen bij een erkende instelling en daarna op peil blijven via bijscholing. De regel is in principe een jaarlijkse bijscholing. U mag overstappen naar een tweejaarlijkse bijscholing, maar enkel met onderbouwing via risicoanalyse en mits advies van de preventieadviseur-arbeidsarts en het Comite. Doet u dat niet, dan blijft jaarlijks de norm.
Als een hulpverlener een geplande bijscholing mist, moet hij die binnen de 12 maanden inhalen. Een hulpverlener met een verlopen opleiding telt niet meer mee.
De Codex schrijft geen verplichte inhoud van de verbanddoos meer voor. U bepaalt zelf welk materiaal nodig is, op advies van de preventieadviseur-arbeidsarts en het Comite. Een verbanddoos vol verlopen materiaal is een klassieke vaststelling bij controle.
Een verzorgingslokaal is verplicht voor de groepen A, B en C, tenzij uw risicoanalyse aantoont dat het niet nodig is.
Elke EHBO-interventie moet u registreren: naam hulpverlener, naam slachtoffer, plaats, datum, uur, beschrijving, aard van de interventie en eventuele getuigen. Dit is uw bewijs dat uw eerste hulp werkt, en het voedt uw risicoanalyse
Bij een ernstig ongeval is uw EHBO-organisatie een van de eerste dingen die onder de loep gaat. Geen onderbouwd aantal, geen opgeleide hulpverleners of een leeg register zetten u onmiddellijk in een zwakke positie, zowel tegenover de inspectie als tegenover uw verzekeraar.
Stop met zoeken naar een magisch getal. Vertrek van uw risicoanalyse en leg uw redenering schriftelijk vast.
Denk in dekking, niet in aantallen. Reken per ploeg, per shift en per locatie, en voorzie reserve voor verlof en ziekte.
Bewaak de bijscholing actief. Zet de vervaldata in uw kalender. Een hulpverlener met een verlopen opleiding telt niet mee.
Controleer de verbanddoos op een vast moment. Verlopen of ontbrekend materiaal is een vaste vaststelling.
Gebruik uw EHBO-register als stuurinstrument. Patronen in de incidenten wijzen u naar de risicos die u echt moet aanpakken.
Wettelijke basis: Codex Welzijn op het Werk, Boek I, Titel 5 – Eerste hulp op het werk
Verwante artikels:
Brandpreventie en evacuatie: wat moet er minimaal staan?
Gezondheidstoezicht: wie moet er op periodiek medisch onderzoek?
Psychosociale risico’s op het werk: wat moet u als werkgever doen?
Zijn uw medewerkers vandaag in orde?
De gratis preventiediagnose geeft u in 30 minuten een helder beeld.
📞 0468/358.996
Verwante artikels